2e zondag – Veertigdagentijd – betekenis bloemschikking

Thema Veertigdagentijd: De Geest waaiert breed uit.

Matteüs 17 vers 1:

Jezus nam Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op.

Het leven bestaat uit hoogte- en dieptepunten. Uit bergen en dalen. Op een berg kun je beter terugkijken
op de weg die je bent gegaan en op de weg die je wilt gaan. Op een berg heb je uitzicht over jouw leven. Jezus en zijn leerlingen gaan een hoge berg op en ontmoeten twee grote profeten. Mozes en Elia gingen in gesprek met Jezus. Ze hebben vast en zeker gesproken over de weg van Jezus. Vermoedelijk hebben Mozes en Elia Jezus ondersteund in het kiezen van zijn bestemming.
In Nederland hebben we geen bergen, maar we kunnen het af en toe wel ‘hogerop’ zoeken: op een stille plek
God vragen om ons leven te leiden en de bestemming van ons leven overdenken. Openstaan voor stemmen
en verhalen uit de Bijbel. Openstaan voor de weg van de Geest.

Geurende bloemen
verheerlijken de
grootsheid van de profeten
die ons zijn voorgegaan

In de teksten van dit jaar worden Petrus, Jakobus en Johannes genoemd voor de namen van de drie profeten. Deze schikking richt zich niet op de profeten op de berg maar op de metgezellen van Jezus. De grote vaas wordt gevuld met water, bloemen en wilgentakken. Zand en stenen benadrukken de berg. De zuidenwindlelie doet ergens denken aan een vogelnestje waarin telkens een bloemetje zich opent. Een andere naam voor deze bloem is vogelmelk. De bloem staat symbool voor onschuld en zuiverheid; de intenties van de drie metgezellen waren goed. De bandwilg wordt geassocieerd met groeien en vertrouwen. Een wilgentak die je in de grond steekt groeit in korte tijd uit tot een boom.