3e zondag – Veertigendagentijd – uitleg schikking
Kern: Johannes 4 vers 3 en 4
Jezus verliet Judea en ging weer naar Galilea. Daarvoor moest hij door Samaria heen.
Jezus kiest een ongebruikelijke route. Op het stille middaguur ontmoet Hij de Samaritaanse vrouw bij de bron. Zij had haar redenen om op dat middaguur water te putten. Jezus vraagt haar om water voor Hem te putten. Ze raken in gesprek. Hij vertelt haar over het levende water. Het wordt een echte ontmoeting. Soms worden we verrast door een ontmoeting met een onbekende. De Geest leidt ons naar verrassende plekken en mensen. Op een vakantie, in de trein in gesprek met degene die tegenover je zit, een nieuwe buurvrouw of buurman in het dorp of in de straat. Ontmoetingen zijn betekenisvol wanneer je de tijd neemt voor elkaar, oprecht nieuwsgierig bent, luistert, en vanuit jouw kant vertelt over je eigen leven en je geloof in God. Laat je
leiden door de Geest en sta open voor ontmoetingen.

de iris, een teken voor de drie-eenheid,
hemelsblauw, goddelijk geel en zuiver wit.
De iris kleurt onze ogen
waardoor we kunnen zien
naar de ander
Uitleg bij de schikking: De ontmoeting bij de bron staat centraal in deze schikking. De grote vaas is gevuld met water en irissen en de middelgrote vaas met water als verwijzing naar de bron. De iris is driekleurig en is een drietallige bloem, een
verwijzing naar de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
De kleuren van iris zijn blauw, wit en geel. Blauw – de kleur van de lucht, de hemel en het water; wit – de kleur
van de onschuld en geel – de kleur van het goddelijke.
![]()
